Directeur Ton Bakker aan het woord

Stichting Wetenschap Balans: wetenschap en zorg voor ouderen

De samenleving vergrijst in rap tempo, ook in Nederland. Steeds meer mensen bereiken een steeds hogere leeftijd. Een mooie ontwikkeling als gevolg van onze gezondheidszorg en welvaart, maar ook een ontwikkeling die uitdagingen met zich meebrengt. Immers, naarmate mensen ouder worden, neemt het risico op kwetsbaarheid toe. Ze krijgen dan te maken met meerdere problemen tegelijk: naast fysieke problemen zoals chronische ziekten bijvoorbeeld ook eenzaamheid, sociaal isolement en psychische problemen.

Bij Stichting Wetenschap Balans zetten we ons ervoor in dat kwetsbare ouderen beter worden geholpen met passende zorg. Deze zorg is erop gericht de balans tussen fysieke, psychische en sociale problemen te herstellen, of daartussen een nieuwe balans te vinden, en deze vervolgens te behouden. Uitgangspunt is dat de kwaliteit van leven en het zo veel mogelijk voor jezelf kunnen zorgen belangrijke centrale waarden zijn, ook voor kwetsbare ouderen. Op deze manier kunnen zij zo lang mogelijk een waardevolle rol in de samenleving vervullen. Hierbij richten we ons ook op preventie, met als doel de mogelijke risicofactoren voor kwetsbaarheid te identificeren en te verminderen.

Omgaan met kwetsbare ouderen

Als praktiserend arts heb ik ervaren dat we bij volwassen mensen ziekte steeds beter kunnen behandelen, zoals een beroerte of een longontsteking. In de zorg voor ouderen, mijn specialisatie, ligt dat gecompliceerder. Hiermee houd ik me bezig als lector Functiebehoud bij ouderen in levensloopperspectief bij de Hogeschool Rotterdam. Om kwetsbare ouderen die meerdere problemen tegelijk hebben echt goed te kunnen helpen, is het van belang hen als persoon te leren kennen, te ontdekken welke gedrags- en emotionele problemen bij hen spelen. Dat betekent dat je als arts met hen moet praten; je kunt niet volstaan met wat je van verzorgenden of collega’s uit andere disciplines hoort. Voor ouderen met één of meer hersenaandoeningen hebben we daarom de STIP-Methode (STapsgewijze Integrale preventie en behandeling van Probleemgedrag) ontwikkeld. Deze methode helpt je om stapsgewijs meer te weten te komen over de sociale en medische geschiedenis van een patiënt: welke (positieve en negatieve) factoren bepalen dat het met hem of haar gaat zoals het gaat en hoe kun je die factoren aanpakken. Met die kennis kun je vervolgens beter inspelen op zijn of haar behoeften.

Om dit proces verder te kunnen optimaliseren zijn ICT en kunstmatige intelligentie (AI) belangrijke voorwaarden. De sociale en medische geschiedenis van ouderen bevat immers veel data, en die moet je verwerken. Met de hulp van AI is het mogelijk die dataverwerking te ondersteunen en te stroomlijnen. Zo’n efficiëntieslag heeft nog als extra voordeel dat de zorgverlener meer tijd krijgt om persoonlijke aandacht aan de kwetsbare oudere te schenken.

Kennis en kunde samenbrengen

In onze benadering zetten we dus in op preventie en behandeling van de disbalans tussen fysieke, psychische en sociale factoren. Dat doen we vanuit een gedegen wetenschappelijke basis die we gestaag en solide uitbouwen. Want daarvoor is Stichting Wetenschap Balans opgericht: om een brug te slaan tussen wetenschappelijk onderzoek en de dagelijkse praktijk in de zorg voor ouderen. De kennis en kunde die er op dit gebied is, proberen we samen te brengen waar dat mogelijk is. Samenwerking is daarbij een sleutel tot succes. Immers, door verschillende partijen samen te brengen, ontstaat er synergie en kunnen we sneller inspelen op actuele ontwikkelingen. Zo gaan wetenschappelijke innovaties daadwerkelijk bijdragen aan de kwaliteit van leven van ouderen.

De benadering vanuit een wetenschappelijke basis met de STIP-Methode onderscheidt zich van veel andere en is nog een niche, maar wel een niche die groeit. En als je houdt van boeiende nieuwe dingen, dan heeft dit werkveld dat in zich. Mij houdt dat in ieder geval jong.

 

Dr. Ton Bakker

Directeur Stichting Wetenschap Balans, lector ‘Functiebehoud bij ouderen in levensloop perspectief’ aan de Hogeschool Rotterdam en specialist ouderengeneeskunde (niet meer praktiserend)